De lichtsensor staat op een wiel gericht. Het wiel staat in verbinding met de motor. Op dit wiel bevindt zich drie witte en drie zwarte stippen (zie afbeelding). De kleuren wit en zwart zijn gekozen omdat de robot de verschillen in kleur sneller registreerd naarmate het contrast groter is.
Elke ronde die het wiel draait wordt er dus drie keer een hoge, en drie keer een lage lichtwaarde gemeten. Als er een zwarte stip voor de lichtsensor is, geeft de sensor een waarde van 48 door. Bij een witte stip is dit getal 62. In de programmeercode is de grens dus op 55 gezet.
Doordat het Lego-blokje niet erg veel rekenkracht heeft, wordt het toerental zelf niet berekend. Er wordt met grenzen gewerkt; Is de tijd tussen twee witte stippen kleiner dan 0,02 seconde, dan draait de motor te snel. Is deze tijd groter dan 0,06 seconde, dan draait hij te langzaam.